Geschreven door: Nicole Geene

Hoe komt het dat de maan groter lijkt als zij vlak boven de horizon staat?

Veel mensen verwachten dat dit komt doordat de maan dichterbij de aarde staat op het moment dat zij laag aan de hemel staat, maar dit is niet waar. De afstand tussen de aarde (in dit geval jij als waarnemer) en de maan blijft gelijk. Het ‘groter worden’ van de maan is slechts een visuele illusie en speelt zich dus geheel in je brein af.

De maan ziet er ‘objectief gezien’ ook helemaal niet groter uit als zij vlak boven de horizon staat. Als je bijvoorbeeld foto’s neemt van zowel een hoog- en laagstaande maan, en de grootte van de maan op de foto’s met een liniaal zou nameten, dan zou je zien dat de maan op alle foto’s even groot is.

Hoe het komt dat ons brein ons blijft voorhouden dat een laagstaande maan er groter uitziet (zelfs nu je na het lezen van deze tekst weet dat het een illusie is), heeft een aantal redenen.

Relatieve grootte

Volgens de ‘relatieve grootte hypothese’ hangt de ervaren grootte van een object niet alleen af van de ware grootte, maar ook van de grootte van de objecten eromheen.1

De Ebbinghaus illusie. De twee cirkels in het midden zijn even groot. Toch lijkt de onderste cirkel groter omdat je brein deze vergelijkt met de kleinere cirkels er omheen. Dit effect treedt ook op bij het zien van een laagstaande maan.2

De Ebbinghaus illusie. De twee cirkels in het midden zijn even groot. Toch lijkt de onderste cirkel groter omdat je brein deze vergelijkt met de kleinere cirkels er omheen. Dit effect treedt ook op bij het zien van een laagstaande maan. (2)

Op het moment dat de maan laag aan de horizon staat kun je haar gemakkelijk vergelijken met objecten (bomen, gebouwen) waar veel kleine details aanzitten. Vergeleken hiermee lijkt de maan al snel groot.

Op het moment dat de maan hoog aan de horizon staat is er niets waarmee je de maan kunt vergelijken, behalve de ‘grote duisternis’, waarbij de maan in vergelijking maar een klein stipje lijkt.

photo credit: michellerlee via photopin cc

photo credit: michellerlee via photopin cc

De sterrenhemel als koepel

Ons brein neemt de sterrenhemel waar als een enigszins platte koepel, i.p.v. een halve cirkel. In onderstaand plaatje kun je zien hoe dit werkt. De witte lijn geeft de baan weer die de maan in werkelijkheid aflegt. Zoals je ziet blijft de afstand tussen maan en aarde gelijk en verandert de maan ook niet van grootte. De blauwe lijn geeft onze waarneming (de illusie) van de positie van de maan weer.

Als de maan hoog aan de hemel staat denkt je brein dus (onbewust) dat de maan dichterbij is,waardoor je haar als kleiner ervaart. Je brein weet namelijk dat objecten in werkelijkheid groter zijn naarmate ze verder weg staan, en corrigeert hier automatisch voor. Maar in dit geval onderschat je brein dus de afstand tot het object, waardoor je het als kleiner ervaart. De hoog staande maan is dus niet kleiner, maar lijkt kleiner doordat ze veel verder weg staat dan je denkt.

Witte lijn: daadwerkelijke baan van de maan. Blauwe lijn: baan van de maan zoals wij die waarnemen. Als de maan hoog aan de hemel staat hebben wij de illusie dat ze veel dichterbij staat dan in werkelijkheid het geval is. Hierdoor lijkt de maan kleiner.

Witte lijn: daadwerkelijke baan van de maan. Blauwe lijn: baan van de maan zoals wij die waarnemen. Als de maan hoog aan de hemel staat hebben wij de illusie dat ze veel dichterbij staat dan in werkelijkheid het geval is. Hierdoor lijkt de maan kleiner.

Oorzaak van de illusie

Dat wij de sterrenhemel als een platte koepel ervaren heeft overigens wel een oorzaak. Objecten die we in de lucht voorbij zien vliegen of zweven (bijvoorbeeld vliegtuigen en wolken) zijn verder van ons vandaan naarmate ze dichterbij de horizon komen. Hierdoor denkt ons brein dat de hemel een platte koepel moet zijn. Voor wolken en vliegtuigen klopt dit beeld dus aardig, maar voor objecten die ver van de aarde afstaan klopt dit beeld niet, de maan is niet groter naarmate ze dichterbij de horizon staat.

photo credit: paul bica via photopin cc

photo credit: paul bica via photopin cc

Deze illusie doet zich overigens niet alleen bij de maan voor, ook de zon en andere sterren en planeten lijken groter naarmate ze lager aan de horizon staan.

Gelukkig hebben we trouwens weinig tot geen invloed op de manier waarop ons brein dit soort afstand-grootte informatie verwerkt. Hoewel je nu weet dat het een illusie is, blijft een laag staande maan er even groot uitzien. Dus ook na het lezen van dit artikel zul je nog steeds evenveel van een opkomende maan of een ondergaande zon kunnen genieten.

 

Referenties:

  1. Restle, F. (February 1970). “Moon Illusion Explained on the Basis of Relative Size“. Science.
  2. B., Harris, M.G., & Yates, T.A. (2005). “The roles of inducer size and distance in the Ebbinghaus illusion (Titchener circles).“. Perception. 34 (7): 847–56.