Denken dat je dik bent maakt dik! Tieners die onterecht denken dat ze overgewicht hebben, hebben een groot risico om als volwassenen ook daadwerkelijk fors overgewicht (obesitas) te ontwikkelen.

In eerdere studies werd al ontdekt dat mensen die gediscrimineerd of uitgelachen worden vanwege hun gewicht, vaak juist aankomen waardoor ze een grotere kans hebben om obesitas te ontwikkelen. De onderzoekers vroegen zich af of een negatief zelfbeeld (het zelfstigma) net zo schadelijk zou zijn als het stigma van buitenaf. Met name in een belangrijke ontwikkelingsfase als de adolescentie waarin ook het zelfbeeld in volle ontwikkeling is.

Zelfstigma

Zelfstigma houdt in dat iemand ‘weet’ (of in elk geval het gevoel heeft dat) er anders naar hem of haar wordt gekeken. Vooroordelen van de buitenwereld worden eigen gemaakt en op zichzelf gericht. Daardoor denkt diegene dat hij/zij minderwaardig en incapabel is. Door deze negatieve gedachten gaat iemand zich vervolgens ook gedragen naar het stigma, wat leidt tot een  selffulfilling prophecy.2

Iemand die zich dik voelt kan zich door dat zelfstigma bijvoorbeeld onaantrekkelijk of minderwaardig voelen, en juist daardoor meer gaan eten, waarmee het zelfstigma  voor diegene bevestigd wordt. Iemand denkt vervolgens “zie je wel, ze hebben gelijk. Ik ben dik, ik eet teveel en ben lui”. Onbewust verergert iemand daarmee zijn/haar eigen stigmaprobleem. Hoewel diegene in eerste instantie misschien wel een goed gewicht had en voldoende sportte, zal hij/zij zich steeds meer naar het zelfstigma gaan gedragen. Er ontstaat een vicieuze cirkel waar lastig uit te ontsnappen is.

Onderzoek

Voor dit onderzoek is data gebruikt van 6523 jongeren die tijdens de eerste meting 16 jaar oud en tijdens de tweede meting 28 jaar oud waren. Toen ze 16 waren werd aan de deelnemers gevraagd om aan te geven hoe ze dachten over hun eigen gewicht op een schaal van fors ondergewicht (score 1) tot fors overgewicht (score 5). De onderzoekers waren vooral geïnteresseerd in de data van de jongeren die zichzelf het label ‘overgewicht’ gaven, terwijl ze objectief gezien een gezond gewicht hadden. Op 28 jarige leeftijd werd gekeken wat het BMI (verhouding gewicht/lengte) van de jongeren was. (Bereken hier je eigen BMI)

 Resultaat

Vergeleken met jongeren die hun gewicht wel goed inschatten, hadden de jongeren onterecht dachten dat ze overgewicht hadden maar liefst 40% meer kans om obesitas te ontwikkelen op latere leeftijd. Obesitas is gedefinieerd als een BMI van 30 of meer, terwijl een gezond BMI tussen de 18,5 en 25 ligt.

Zelfbeeld bij jongens

Opvallend was dat de correlatie tussen zelfbeeld en obesitas met name bij jongens erg sterk is. Jongens die zichzelf onterecht als dik beschouwden hadden maar liefst 89% meer kans om op latere leeftijd obesitas te ontwikkelen dan jongens met een accuraat lichaamsbeeld.

Het is nog niet duidelijk waarom dit verband sterker is bij jongens. Het zou ermee te maken kunnen hebben dat meisjes meer op hun gewicht letten en eerder zullen ingrijpen als ze merken dat ze te zwaar worden. Ook dokters, professionals, vrienden  en familieleden zullen gewichtstoename bij meisjes vaak eerder opmerken dan bij jongens. Het is volgens de onderzoekers helaas niet mogelijk om te onderzoeken waar deze verschillen precies vandaan komen.

Psychologische mechanismen

Hoe kan het dat een vertekend lichaamsbeeld ervoor zorgt dat jongeren later ook daadwerkelijk meer aankomen in gewicht? Hier zijn waarschijnlijk verschillende mechanismen bij betrokken. Ten eerste zijn jongeren met een vertekend lichaamsbeeld meer geneigd tot het gebruik van ongezonde afslank-methoden zoals afslank pillen of braken. Hoewel jongeren hier in eerste instantie mee af lijken te vallen, leiden dit soort rigoureuze afslank-methoden op lange termijn vaak juist tot gewichtstoename.

Ten tweede zijn jongeren die hun lichaam totaal verkeerd inschatten vaak psychisch iets kwetsbaarder en hebben ze ook lagere zelfregulerende vaardigheden. Zo vinden ze het bijvoorbeeld lastiger om met emoties om te gaan en om hun eigen eetgedrag in de hand te houden. Tenslotte hebben deze jongeren een grotere kans om beïnvloed te worden door gewicht-gerelateerde stigmatisering, wat sterk gerelateerd is aan het ontwikkelen van obesitas.

“Al deze factoren samen resulteren in een self-fulfilling prophecy. Jongeren die zichzelf ten onrechte als te dik beschouwden nemen vaak niet de nodige stappen om op een gezond gewicht te blijven, omdat als ze aankomen, ze fysiek voldoen aan hun eigen lichaamsbeeld.” Aldus de onderzoekers.

Richten op de juiste doelgroep

De meeste anti-overgewicht-campagnes richten zich met name op meisjes die al overgewicht hebben. Deze studie toont aan dat de doelgroep die baat kan hebben bij interventies m.b.t. gewicht, eten en zelfbeeld veel groter is dan enkel meisjes met overgewicht. Alle jongeren die (terecht of onterecht) onzeker zijn over hun gewicht lopen het risico om overgewicht (+ alle daarbij behorende gezondheidsrisico’s) te ontwikkelen. Bovendien is de kans op succes waarschijnlijk groter als je ingrijpt vóórdat iemand ongezonde gedachten en gewoonten heeft ontwikkeld, en vóórdat er sprake is van obesitas.

Bronnen:

  1. Association for Psychological Science. “Seeing selves as overweight may be self-fulfilling prophecy for some teens.” ScienceDaily. ScienceDaily, 28 January 2015. www.sciencedaily.com/releases/2015/01/150128082247.htm.
  2. Stichting PVP. Stigma en zelfstigma. Nieuwsbrief van de Stichting PVP 23e jaargang, lente 2013 ‘Eens een dossier, altijd een dossier?’ http://pvp.nl/files/documents/pvpkrantmaart2013.pdf